Opnieuw op vakantie, weer drie weken. Ik mis je minder als vorig jaar, weetje dat. Waarschijnlijk omdat ik nu vijftien van de eenentwintig dagen werk. En ik voor die andere dagen wel wat zoek te doen. Bang om je te gaan missen. Het missen doet pijn. ‘S avonds als ik in me bed leg, denk ik geen seconde niet aan je. Ik ga leggen en ik denk aan je. Ik kijk iets, en ik denk aan je. Ik luister wat, ik schrijf wat, en ik denk aan je. Een paar tranen rollen over mijn wangen en ik val in slaap. Ik droom van je, en mijn gedachtens zijn op jou gericht, als ik ‘s ochtends wakker word. Dan denk ik zo’n tien uurtjes niet aan je. En dan begint het weer van voor af aan.
Is het nu dan duidelijk dat ik echt van je hou? Eindelijk?
Na negen en een halve maand ben ik nog steeds niet over je heen. Ik sta iets meer open dan voorheen. Het is jammer dat alles zo lang moet duren. Waarom kan ik gewoon niet leven met hoe het nu gaat. En misschien moet daar ook wel verandering in komen. Misschien moet ik er maar mee leren leven, dat je me niet meer moet.
Ik ben nog jong, en er zijn zat jongens die me leuk vinden als ik eerlijk mag zijn. Maar op de een of andere manier verbiedt ik me zelf om daar van te genieten. Het hoeft niet serieus te zijn, als je een lolletje wil hebben toch? Alleen het probleem is dat ik weet hoe het voelt om een gebroken hart te hebben, en dat wil ik niemand aan doen, niet als het niet nodig is.
Mama zegt dat als ik met iemand anders zou zoenen, mijn verliefdheid voor martijn dan overgaat. Ik wil niet zomaar iemand zoenen, om dat uit te testen. Ik wil geen facking slet worden, weetje.